De Tunesische lente

De revolutie van de vrije Tunesiërs: was uitgebarsten op vrijdag de 18e december 2010 als solidariteit met de jonge Mohamed Bouazizi die zichzelf op 17 december 2010 in brand stak als een uiting van woede over zijn werkloosheid en verbeurdverklaring van het voertuig waarin hij groente verkoopt (die overleed op dinsdag de 4e januari 2011 als gevolg van brandwonden), heeft geleid tot het ontsteken van een vonk van demonstraties welke op 18 december 2010 uitbraken en samen met een opstand van duizenden Tunesiërs die verwerpen wat zij beschouwden als de situatie van werkloosheid en gebrek aan sociale rechtvaardigheid en de verergering van de corruptie binnen het heersende regime.

Als gevolg van deze demonstraties, die verschillende steden in Tunesië hebben bereikt , zijn tal van doden en gewonden van de demonstranten gevallen als gevolg van de botsingen met de veiligheidstroepen. President Zine El Abidine Ben Ali is daardoor gedwongen om enkele ministers waaronder die van Binnenlandse Zaken te ontslaan en beloven dat de problemen genoemd door de demonstranten ook opgelost zullen worden. Hij heeft ook aangekondigd dat hij niet van plan was om zichzelf kandidaat te stellen voor de presidentiële verkiezing in 2014.

Na zijn toespraak was de blokkade van alle sites in Tunesië, zoals Utube, opgeheven na 5 jaar lang blokkade. Er volgde ook een lichte prijsverlaging van sommige voedselproducten. Maar de opstand was verder uitgebreid en verder verhevigd zodat ook overheidsgebouwen waren door de demonstranten omsingeld, waardoor president Ben Ali plotseling besloten heeft zijn macht af te staan en het land te verlaten onder beveiliging door de Libische en vertrok naar Saoedi-Arabië op vrijdag de 14 januari 2011. Premier Mohamed Ghannouchi verklaarde op dezelfde dag dat hij het presidentschap tijdelijk overnam als gevolg van de “verhinderde president”, volgens hoofdstuk 56 van de Grondwet. Hij heeft de noodtoestand en avondklok aangekondigd. Maar de Constitutionele Raad heeft een dag later besloten hoofdstuk 57 van de Grondwet toe te passen en verklaarde de positie van de president te zijn “vacant”.
Op grond daarvan werd op zaterdag de 15 januari 2011 de voorzitter van het parlement “Fouad Mebazaa” tot tijdelijke president benoemd totdat de vervroegd presidentsverkiezingen werd gehouden.

Back to top button
Close